zelfbedieningswinkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een winkel waarin de klanten zelf de door hen gewenste producten uitkiezen en afrekenen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfbedieningswinkels | meervoud |
| zelfbedieningswinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfbedieningswinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘winkel waar men zelf de artikelen pakt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1948
Woordfamilie van zelfbedieningswinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfbedieningswinkels | meervoud | zelfbedieningswinkel |
| zelfbedieningswinkeltje | verkleinwoord | zelfbedieningswinkel |
| zelfbedieningswinkeltjes | verkleinwoord meervoud | zelfbedieningswinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfbedieningswinkel zijn vastgelegd.