val
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vɑɫ/Betekenis
- algemeen: het omlaag gaan, de daling
- ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden gaan
- het ten gevolge van de zwaartekracht onvrijwillig ergens op terecht komen
- hoogte van waarvandaan iets naar beneden valt
- van zijn macht beroofd worden
- richting van de stof, waarbij de figuren op de stof naar beneden gaan
- fruit dat uit de boom gevallen is, niet geplukt is
- beweegbare vloer van een ophaalbrug
- (Limburg) een naamval
- apparaat met een vallende deur of klem met als doel dieren te vangen
- afhangende zoom of strook, bijvoorbeeld van gordijnstof voor een raam ter versiering of tegen de inkijk
- zeilval, lijn waarmee een vlag, zeil of rondhout gehesen kan worden
- keuze
- verkiezing
- vallei
- inlaat
- ondiepte
- slagveld
- golf
- walvis
Hoe spreek je val uit?
/vɑl/
Val bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- van zijn macht beroofd worden; ondergang
- verkorte vorm voor dijkval of oeverval
- een naamval Limburg
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vallen | enkelvoud |
| valletje | verkleinwoord |
| valletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- apparaat met een vallende deur of klem, met als doel bepaalde dieren te vangen
- hinderlaag, valstrik figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vallen | enkelvoud |
| valletje | verkleinwoord |
| valletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vallen | enkelvoud |
| valletje | verkleinwoord |
| valletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vallen
- gebiedende wijs van vallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vallen
Vervoeging van val
valhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Romani, in de betekenis van ‘Bargoens: deur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1769
Woordfamilie van val
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| valletje | verkleinwoord | val |
| valletjes | verkleinwoord | val |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van val zijn vastgelegd.