geval
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣəˈvɑlBetekenis
- één bepaalde mogelijkheid uit meerdere mogelijke
Hoe spreek je geval uit?
/xəˈvɑl/
Geval bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gevallen | meervoud |
| gevalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gevalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gevallen
- gebiedende wijs van gevallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gevallen
Vervoeging van geval
gevalhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘voorval, omstandigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van geval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevalletje | verkleinwoord | geval |
| gevalletjes | verkleinwoord meervoud | geval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geval zijn vastgelegd.