schapenstal
zelfstandig naamwoord ˈsxapə(n)ˌstɑlBetekenis
- die als kleinvee worden gehouden
Hoe spreek je schapenstal uit?
/ˈsxapənˌstɑl/
Schapenstal bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verblijf voor schapen Ovis aries die als kleinvee worden gehouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schapenstallen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schaap zn en stal zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van schapenstal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schapenstallen | meervoud | schapenstal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schapenstal zijn vastgelegd.