overval
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈovərˌvɑlBetekenis
- een plotselinge aanval, gewoonlijk van misdadige aard
- poging tot vijandige overname van een bedrijf
Hoe spreek je overval uit?
/ˈovərˌvɑl/
Overval bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- plotselinge aanval, gewoonlijk van misdadige aard
- poging tot de overname van een bedrijf tegen de zin van de bestuurders daarvan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overvallen | meervoud |
| overvalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overvalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overvallen
Vervoeging van overval
overvalhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| óverval | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overvallen
- gebiedende wijs van overvallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overvallen
Vervoeging van overval
overvalhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overvál | canonical |
Herkomst
zn: naamwoord van handeling van overvallen ww (zonder -en)
Woordfamilie van overval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overvalletje | verkleinwoord | overval |
| overvalletjes | verkleinwoord meervoud | overval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overval zijn vastgelegd.