bal
zelfstandig naamwoord, werkwoord bɑlBetekenis
- object in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer 1 dat gebruikt wordt bij balspelen
- (meer in het algemeen) bolvormig voorwerp
- negatieve benaming voor een jongeman, vaak van rijke afkomst en met een herkenbaar accent
- teelbal
- geen ~ helemaal niets
- geen ~ aan helemaal niet leuk
- geen ~ aan heel gemakkelijk
- een danspartij
- een object in de vorm van een bol dat gebruikt wordt bij balspelen
- bal, dansfeest
- bal, bol
- honing
Hoe spreek je bal uit?
/bɑl/
Bal bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- object in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer [1] dat gebruikt wordt bij balspelen
- bolvormig voorwerp
- jong persoon, veelal van het mannelijk geslacht, vaak van rijke afkomst en met een herkenbaar accent, die zich uit de hoogte gedraagt pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ballen | meervoud |
| balletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| balletjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- veel onnodig gedoe figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bals | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ballen
- gebiedende wijs van ballen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ballen
Vervoeging van bal
balhele werkwoord
Herkomst
Van Frans balle. In de betekenis van ‘gulden, (België) frank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936
Woordfamilie van bal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bals | meervoud | bal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bal zijn vastgelegd.