tijdsinterval
zelfstandig naamwoord ˈtɛitsɪntərˌvɑlBetekenis
- de tijdsperiode tussen twee momenten in de tijd (tijdvak)
Hoe spreek je tijdsinterval uit?
/ˈtɛitsɪntərˌvɑl/
Tijdsinterval bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| r | rood |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdsintervallen | meervoud |
| tijdsintervalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tijdsintervalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd en interval met het invoegsel -s-
Woordfamilie van tijdsinterval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdsintervallen | meervoud | tijdsinterval |
| tijdsintervalletje | verkleinwoord | tijdsinterval |
| tijdsintervalletjes | verkleinwoord meervoud | tijdsinterval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdsinterval zijn vastgelegd.