verval
zelfstandig naamwoord, werkwoord vərˈvɑlBetekenis
- het verslechteren van een toestand, degeneratie
- het niet meer gelden, het afgeschaft zijn
- verticale verloop van een watergang tussen twee plaatsen of bij eb en vloed op eenzelfde plaats
- terugval in de prestatie als gevolg van toenemende vermoeidheid
- radioactieve verval van isotopen
Hoe spreek je verval uit?
/vərˈvɑl/
Verval bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- geleidelijke verslechtering van een toestand
- radioactief verval van isotopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vervalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervallen
- gebiedende wijs van vervallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervallen
Vervoeging van verval
vervalhele werkwoord
Herkomst
zn: van Middelnederlands verval; naamwoord van handeling van vervallen ww (zonder -en)
Woordfamilie van verval
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervalletje | verkleinwoord | verval |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verval zijn vastgelegd.