valreep
zelfstandig naamwoord ˈvɑlrepBetekenis
- een loopplank met leuningen naar een schip
- (figuurlijk) op het laatste moment
Hoe spreek je valreep uit?
/ˈvɑlrep/
Valreep bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| l | land |
| r | rood |
| e | veel |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- op de ~ pas op het laatste moment figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| valreepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| valreepjes | verkleinwoord, meervoud |
| valrepen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘touwladder om aan boord te klimmen’ voor het eerst aangetroffen in 1612
Woordfamilie van valreep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| valreepje | verkleinwoord | valreep |
| valreepjes | verkleinwoord meervoud | valreep |
| valrepen | meervoud | valreep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van valreep zijn vastgelegd.