gal
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣɑlBetekenis
- eenheid van versnelling in het c.g.s-stelsel (centimeter-gram-seconde-stelsel), weergegeven met symbool Gal
- uit de lever afkomstig vocht dat een rol speelt in de spijsvertering, met name van vet
- door luchtinsluiting gevormd holletje in (giet-) materiaal
- (Cecidologie) uitwas aan blad van boom of struik, ontstaan door een parasiet of symbiont, meestal een insect (een galwesp, galmug, gewone vijgenwesp, vlieg, bladluis of galmijt) die haar eieren in de plant legt
- gezwel bij dieren (paardenbeen)
- meisje, vriendin
- fout, verkeerd
- gek, gestoord
- krankzinnig, geestesziek
- gekraai, kreet
- gallium (Ga)
Hoe spreek je gal uit?
/xɑl/
Gal bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gallen | enkelvoud |
| galletje | verkleinwoord |
| galletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord
- uitwas aan blad van boom of struik, ontstaan door een parasiet of symbiont, meestal een insect (een galwesp, galmug, gewone vijgenwesp, vlieg, bladluis of galmijt) die haar eieren in de plant legt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gallen | enkelvoud |
| galletje | verkleinwoord |
| galletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gallen
- gebiedende wijs van gallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gallen
Vervoeging van gal
galhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands galle van Oudnederlands galla In de betekenis van ‘bittere vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van gal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| galletje | verkleinwoord | gal |
| galletjes | verkleinwoord | gal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gal zijn vastgelegd.