wal
zelfstandig naamwoord, werkwoord wɑlBetekenis
- aarden verhoging als verdediging tegen een vijand
- aarden verhoging als verdediging tegen een overstroming
- het vaste land in tegenstelling tot het boord van een schip
- vetophoping onder de onderste oogleden, vaak van donkere kleur
- wel; een ontkenning ontkennend
- wel; benadrukkend, verbazing uitdrukkend
Hoe spreek je wal uit?
/wɑl/
Wal bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vaste land in tegenstelling tot het boord van een schip
- onderhuidse ophoping van vet of vocht beneden de onderste oogleden, die soms samengaat met een donkere verkleuring
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wallen
- gebiedende wijs van wallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wallen
Vervoeging van wal
walhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verhoging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van wal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| walletje | woordvorm | wal |
| walletjes | meervoud | wal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wal zijn vastgelegd.