Naar de inhoud

pogen

iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken

pogen

werkwoord ˈpoɣə(n)

Betekenis

  1. iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken

Hoe spreek je pogen uit?

/ˈpoxən/

Pogen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpoxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
o boot
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van pogen

pogenhele werkwoord — poogdeverleden tijd enkelvoud — poogdenverleden tijd meervoud — gepoogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik poog poogde
jij poogt poogde
hij, zij, het poogt poogde
wij pogen poogden
jullie pogen poogden
zij pogen poogden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepoogd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepoogd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepoogd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepoogd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepoogd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepoogd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepoogd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepoogd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepoogd verleden tijd, deelwoord
gepoogd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepoogd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepoogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepoogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepoogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepoogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepoogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
poge aanvoegende wijs
pogend onvoltooid, deelwoord
poog gebiedende wijs
poogde verleden tijd
te hebben gepoogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pogen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepoogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pogen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pogen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepoogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pogen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘proberen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Woordfamilie van pogen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepoogd voltooid deelwoord pogen
poge aanvoegende wijs pogen
pogend onvoltooid deelwoord pogen
pogende woordvorm pogen
poog gebiedende wijs pogen
poogde verleden tijd pogen
poogden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pogen
poogt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pogen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pogen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pogen

Hoe spreek ik pogen uit?
Zo spreek je pogen uit: /ˈpoɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van pogen?
Pogen is een werkwoord. De betekenis is: iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken.
Hoe vervoeg ik pogen?
Zo vervoeg je pogen zo: de tegenwoordige tijd is poog, de verleden tijd is poogde en het voltooid deelwoord is gepoogd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pogen?

Er staan 49 woorden in dit woordenboek die op pogen rijmen, waaronder bewogen, vermogen en betogen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pogen, uitspraak ˈpoxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bewogen 3
vermogen 3
betogen 3
mogen 2
ogen 2
aanvoelingsvermogen 6
drijfvermogen 4
bogen 2
zogen 2
verhogen 3
verdrogen 3
aanpassingsvermogen 6
opgetogen 4
doorzettingsvermogen 6
onbewogen 4
vertogen 3
hogen 2
reactievermogen 6
verdienvermogen 5
aangevlogen 4
aangezogen 4
bierviltjesvirologen 7
biologen 4
gehoorvermogen 5
gemogen 3
gevlogen 3
gewogen 3
godsvermogen 4
golfellebogen 5
hoefijzerbogen 5
hoorvermogen 4
karakterologen 6
leprologen 4
modelgevlogen 5
nachtgevlogen 4
oenologen 4
overgevlogen 5
overvlogen 4
paardenogen 4
paleologen 5
Nog 9 rijmwoorden
pneumatologen 5
politologen 5
regenbogen 4
synagogen 4
victimologen 5
vlogen 2
weggevlogen 4
wogen 2
zichtvermogen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pogen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pogen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pogen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pogen in het kort

pogen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van pogen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pogen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pogen: iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken
Deel pogen — standaardnederlands.nl