stikjaloers
bijvoeglijk naamwoord ˈstɪkjaˌlursBetekenis
- heel erg boos zijn, omdat iemand anders iets heeft wat jij ook zou willen hebben, maar wat je niet hebt
Hoe spreek je stikjaloers uit?
/ˈstɪkjaˌlurs/
Stikjaloers bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| j | ja |
| a | maan |
| l | land |
| u | boek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stikjaloerse | verbogen, stellende trap |
Herkomst
intensiverende samenstelling van stik bw en jaloers bn
Woordfamilie van stikjaloers
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stikjaloerse | verbogen vorm | stikjaloers |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stikjaloers zijn vastgelegd.