stik
bijwoord, werkwoord stɪkBetekenis
- als om te stikken
- steil
Hoe spreek je stik uit?
/stɪk/
Stik bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
bijwoord
- geheel en al
- uitermate, heel erg informal, intensifier, prefix
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stikken
- gebiedende wijs van stikken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stikken
Vervoeging van stik
stikhele werkwoord
Herkomst
bw: van steken ww en stok zn , vergelijk woorden als stekeblind bn en stokdoof; in sommige gevallen kan ook de bijgedachte aan stikken ww (1) een rol zijn gaan spelen