Naar de inhoud

rijven

harken, bij elkaar halen, opruimen

rijven is meer dan één woord

rijven

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɛivə(n)

Betekenis

  1. harken, bij elkaar halen, opruimen
  2. de zeilen inkorten
  3. met een rasp ergens kleine stukjes vanaf halen
  4. (alleen zwak verbogen) onder iets wegkruipen

Hoe spreek je rijven uit?

/ˈrɛivən/

Rijven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɛivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɛi trein
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. onder iets wegkruipen obsolete

Vervoeging van rijven

rijvenhele werkwoord — reefverleden tijd enkelvoud — revenverleden tijd meervoud — (gerijfd) *voltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rijf reef
jij rijft reef
hij, zij, het rijft reef
wij rijven reven
jullie rijven reven
zij rijven reven
Alle 131 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(gerijfd) * verleden tijd, deelwoord
(rijfde) * verleden tijd
- impersonal, passief
er is gerijfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerijfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerijfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerijfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerijfd impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerijfd impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerijfd impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerijfd impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
gereven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
gereven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
gereven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
gereven verleden tijd, deelwoord
gereven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
gereven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
gereven voltooid, verleden tijd, derde persoon
gereven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
gereven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
gereven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gereven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
gereven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
gereven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
gereven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gereven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
gereven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
gereven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gereven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
gereven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
gereven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gereven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
gereven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
gereven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
gereven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gereven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
gereven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
gereven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
gereven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
gereven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gereven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gereven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerijfd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerijfd actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerijfd infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerijfd infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerijfd infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerijfd infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerijfd infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerijfd infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerijfd infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerijfd infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerijfd verleden tijd, deelwoord
had gerijfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerijfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerijfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerijfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerijfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerijfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerijfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerijfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft gerijfd gereven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reef verleden tijd
rijf gebiedende wijs
rijve aanvoegende wijs
rijvend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerijfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gerijfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerijfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerijfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gerijfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gerijfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerijfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gerijfd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerijfd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerijfd enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal/zult gerijfd gereven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zijn gerijfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gerijfd voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerijfd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerijfd voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerijfd enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou/zoudt gerijfd gereven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerijfd voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerijfd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerijfd voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerijfd enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerijfd voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rijven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerijfd voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerijfd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerijfd voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerijfd enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerijfd voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rijven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult/zal gerijfd gereven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord rijf

Herkomst

erfwoord: Middelnederlands rīven, ontwikkeld uit Oergermaans *hrīfan- ‘krassen, scheuren’, zonder mobiele s bij Indo-Europees *skrei-p-, waartoe ook Lets skrĩpât ‘(in)krassen, ingriffen’ behoort. Evenals Nederduits rieven ‘raspen, wrijven’, Oostfries (Wangeroogs) riiv ‘harken’, Oudengels hrīfnian en Oudnoords hrífa ‘grijpen naar, krabben’.

Woordfamilie van rijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereven voltooid deelwoord rijven
gerijfd active, infinitive, voltooid, future, short-form rijven
rijfde aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon rijven
rijfden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rijven
rijft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rijven
rijve aanvoegende wijs rijven
rijvend onvoltooid deelwoord rijven
rijvende woordvorm rijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rijven

Hoe spreek je rijven uit?
De uitspraak van rijven is: /ˈrɛivə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent rijven?
Rijven is een werkwoord. Het woord betekent: harken, bij elkaar halen, opruimen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je rijven?
Je vervoegt rijven als volgt: de tegenwoordige tijd is rijf, de verleden tijd is reef en het voltooid deelwoord is gerijfd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op rijven?

Op rijven rijmen 26 woorden, onder andere schrijven, achterblijven en overblijven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op rijven, uitspraak ˈrɛivən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schrijven 2
achterblijven 4
overblijven 4
bedrijven 3
overschrijven 4
overdrijven 4
verblijven 3
verdrijven 3
bekijven 3
stijven 2
handeldrijven 4
aannemersbedrijven 6
automatiseringsbedrijven 9
blíjven 2
constructiebedrijven 6
contactbedrijven 5
dochterbedrijven 5
gevijven 3
isolatiebedrijven 7
levensmiddelenbedrijven 8
nevenbedrijven 5
olijven 3
onderblijven 4
platformbedrijven 6
scheepstimmerbedrijven 6
werkbedrijven 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rijven is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. J 4
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rijven levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. J 4
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rijven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rijven in het kort

rijven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van rijven zijn 66 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort rijven bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

rijven: harken, bij elkaar halen, opruimen
Deel rijven — standaardnederlands.nl