reef
zelfstandig naamwoord, werkwoord refBetekenis
- bij windmolens en zeilschepen: een strook van het zeiloppervlak dat tijdelijk kan worden opgevouwen of opgerold
- rif
- koraalrif
- zeil
- mast
- rand
- kanteel
- naad
Hoe spreek je reef uit?
/ref/
Reef bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bij windmolens en zeilschepen: strook van het zeiloppervlak dat tijdelijk kan worden opgevouwen of opgerold neuter
- golf, baar, uitlopende golfslag, waterrimpeling feminine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reefjes | verkleinwoord, meervoud |
| reven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reven
- gebiedende wijs van reven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reven
Vervoeging van reef
reefhele werkwoord
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van rijven
Vervoeging van reef
reefhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘inneembare strook in zeil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1407
Woordfamilie van reef
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reefje | verkleinwoord | reef |
| reefjes | verkleinwoord meervoud | reef |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reef zijn vastgelegd.