mikado
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een spel waarbij men uit een stapel stokjes een voor een moet trekken zonder de andere stokjes te laten bewegen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mikado's | meervoud |
| mikadootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mikadootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘behendigheidsspel met houtjes’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Woordfamilie van mikado
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mikado's | meervoud | mikado |
| mikadootje | verkleinwoord | mikado |
| mikadootjes | verkleinwoord meervoud | mikado |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mikado zijn vastgelegd.