mak
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- gedwee, tam, niet wild
- moeder, mama
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
Herkomst
In de betekenis van ‘getemd’ voor het eerst aangetroffen in 1478
Woordfamilie van mak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| makkere | verbogen vergrotende trap | mak |
| maks | partitive, positive | mak |
| makst | uninflected, superlative | mak |
| makste | inflected, superlative | mak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mak zijn vastgelegd.