Naar de inhoud

struiken

een struik gaan vormen, dicht bij de grond scheuten of blaadjes krijgen

struiken is meer dan één woord

struiken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstrœykə(n)

Betekenis

  1. een struik gaan vormen, dicht bij de grond scheuten of blaadjes krijgen
  2. struikelen

Hoe spreek je struiken uit?

/ˈstrœykən/

Struiken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstrœykən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
r rood
œy huis
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van struiken

struikenhele werkwoord — struikteverleden tijd enkelvoud — struiktenverleden tijd meervoud — gestruiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik struik struikte
jij struikt struikte
hij, zij, het struikt struikte
wij struiken struikten
jullie struiken struikten
zij struiken struikten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gestruikt verleden tijd, deelwoord
gestruikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestruikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestruikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
struik gebiedende wijs
struike aanvoegende wijs
struikend onvoltooid, deelwoord
struikte verleden tijd
te hebben gestruikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te struiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen struiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt struiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen struiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult struiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord struik

Herkomst

ww: afgeleid van struik zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van struiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestruikt voltooid deelwoord struiken
struikend onvoltooid deelwoord struiken
struikende woordvorm struiken
struikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon struiken
struikte verleden tijd struiken
struikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon struiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van struiken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over struiken

Hoe spreek je struiken uit?
De uitspraak van struiken is: /ˈstrœykə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent struiken?
Struiken is een werkwoord. Het woord betekent: een struik gaan vormen, dicht bij de grond scheuten of blaadjes krijgen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je struiken?
Je vervoegt struiken als volgt: de tegenwoordige tijd is struik, de verleden tijd is struikte en het voltooid deelwoord is gestruikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op struiken?

Struiken rijmt op 19 woorden op -uiken; ruiken, kuiken en misbruiken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op struiken, uitspraak ˈstrœykən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ruiken 2
kuiken 2
misbruiken 3
gebruiken 3
duiken 2
luiken 2
opgebruiken 4
hergebruiken 4
ontduiken 3
verbruiken 3
aalbessenstruiken 5
beluiken 3
bruiken 2
buiken 2
eendenkuiken 4
kerkgebruiken 5
kruiken 2
vilbeluiken 4
wangebruiken 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord struiken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. U 4
  5. I 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

struiken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. U 2
  5. I 2
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

struiken in het kort

struiken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van struiken zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort struiken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

struiken: een struik gaan vormen, dicht bij de grond scheuten of blaadjes krijgen
Deel struiken — standaardnederlands.nl