Naar de inhoud

ontduiken

door zich te bukken, aan iets ontkomen

ontduiken

werkwoord /ɔnˈdœykə(n)/

Betekenis

  1. door zich te bukken, aan iets ontkomen
  2. door onder iets te schuilen zich tegen zonnestralen vrij te waren
  3. aan gevaren of onaangenaamheden weten te ontkomen
  4. zich aan een verplichting weten te onttrekken
  5. (om een onderwerp) ontsnappen

Hoe spreek je ontduiken uit?

/ɔnˈdœykən/

Ontduiken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔnˈdœykən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
d dak
œy huis
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ontsnappen

Vervoeging van ontduiken

ontduikenhele werkwoord — ontdookverleden tijd enkelvoud — ontdokenverleden tijd meervoud — ontdokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontduik ontdook
jij ontduikt ontdook
hij, zij, het ontduikt ontdook
wij ontduiken ontdoken
jullie ontduiken ontdoken
zij ontduiken ontdoken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontdoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontdoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontdoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontdoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontdoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontdoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontdoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontdoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontdoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontdoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontdoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontdoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontdoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontdoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontdoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontdoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontdoken verleden tijd, deelwoord
ontdoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontdoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontdoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontdoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontdoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontdoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontdoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontdoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontdoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontdoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontdook verleden tijd
ontduik gebiedende wijs
ontduike aanvoegende wijs
ontduikend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontdoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontduiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontduiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontdoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontdoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontdoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontdoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontdoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontdoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontdoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontdoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontdoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontdoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontdoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontdoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontdoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontdoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontdoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontdoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontdoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontdoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontdoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontdoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontdoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontdoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontduiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontdoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontdoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontdoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontduiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het Nederlandse werkwoord duiken met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontduiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontdoken voltooid deelwoord ontduiken
ontdook verleden tijd ontduiken
ontduik gebiedende wijs ontduiken
ontduike aanvoegende wijs ontduiken
ontduikend onvoltooid deelwoord ontduiken
ontduikende woordvorm ontduiken
ontduikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontduiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontduiken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ontduiken

Hoe spreek ik ontduiken uit?
Zo spreek je ontduiken uit: /ɔnˈdœykə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van ontduiken?
Ontduiken is een werkwoord. De betekenis is: door zich te bukken, aan iets ontkomen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontduiken?
Zo vervoeg je ontduiken zo: de tegenwoordige tijd is ontduik, de verleden tijd is ontdook en het voltooid deelwoord is ontdoken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontduiken?

In dit woordenboek rijmen 19 woorden op -uiken op ontduiken, zoals ruiken, kuiken en misbruiken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontduiken, uitspraak ɔnˈdœykən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ruiken 2
kuiken 2
misbruiken 3
gebruiken 3
duiken 2
luiken 2
opgebruiken 4
struiken 2
hergebruiken 4
verbruiken 3
aalbessenstruiken 5
beluiken 3
bruiken 2
buiken 2
eendenkuiken 4
kerkgebruiken 5
kruiken 2
vilbeluiken 4
wangebruiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontduiken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontduiken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. D 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontduiken in het kort

ontduiken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontduiken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontduiken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontduiken: door zich te bukken, aan iets ontkomen
Deel ontduiken — standaardnederlands.nl