Naar de inhoud

misbruiken

op een slechte wijze, d.w.z. overdadig gebruik maken van iets (drank, drugs, toegewezen privileges, e.d.)

misbruiken is meer dan één woord

misbruiken

werkwoord, zelfstandig naamwoord mɪzˈbrœykə(n)

Betekenis

  1. op een slechte wijze, d.w.z. overdadig gebruik maken van iets (drank, drugs, toegewezen privileges, e.d.)
  2. (iemand) op seksuele wijze mishandelen en uitbuiten
  3. op laakbare wijze van iets (macht, naamgeving, positie, e.d.) gebruik maken voor een doel waarvoor het niet bedoeld is

Hoe spreek je misbruiken uit?

/mɪzˈbrœykən/

Misbruiken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /mɪzˈbrœykən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
z zon
b bak
r rood
œy huis
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. op seksuele wijze mishandelen en uitbuiten transitive

Vervoeging van misbruiken

misbruikenhele werkwoord — misbruikteverleden tijd enkelvoud — misbruiktenverleden tijd meervoud — misbruiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik misbruik misbruikte
jij misbruikt misbruikte
hij, zij, het misbruikt misbruikte
wij misbruiken misbruikten
jullie misbruiken misbruikten
zij misbruiken misbruikten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misbruikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misbruikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misbruikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misbruikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misbruikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misbruikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misbruikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misbruikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misbruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misbruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misbruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misbruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misbruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misbruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misbruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misbruikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
misbruik gebiedende wijs
misbruike aanvoegende wijs
misbruikend onvoltooid, deelwoord
misbruikt verleden tijd, deelwoord
misbruikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misbruikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misbruikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misbruikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misbruikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misbruikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misbruikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misbruikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misbruikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misbruikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misbruikte verleden tijd
te hebben misbruikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te misbruiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misbruiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart misbruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misbruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misbruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misbruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misbruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misbruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misbruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misbruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misbruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misbruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misbruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misbruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt misbruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt misbruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal misbruikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misbruikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt misbruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt misbruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misbruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen misbruiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misbruikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misbruikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misbruikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult misbruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult misbruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misbruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misbruikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord misbruik

Herkomst

samenstelling van mis bn en bruiken ww (werkwoord niet langer bestaand vgl gebruiken)

Woordfamilie van misbruiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
misbruike aanvoegende wijs misbruiken
misbruikend onvoltooid deelwoord misbruiken
misbruikende woordvorm misbruiken
misbruikt voltooid deelwoord misbruiken
misbruikte verleden tijd misbruiken
misbruikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misbruiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misbruiken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over misbruiken

Hoe spreek je misbruiken uit?
De uitspraak van misbruiken is: /mɪzˈbrœykə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent misbruiken?
Misbruiken is een werkwoord. Het woord betekent: op een slechte wijze, d.w.z. overdadig gebruik maken van iets (drank, drugs, toegewezen privileges, e.d.). Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je misbruiken?
Je vervoegt misbruiken als volgt: de tegenwoordige tijd is misbruik, de verleden tijd is misbruikte en het voltooid deelwoord is misbruikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op misbruiken?

Misbruiken rijmt op 19 woorden op -uiken; ruiken, kuiken en gebruiken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op misbruiken, uitspraak mɪzˈbrœykən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ruiken 2
kuiken 2
gebruiken 3
duiken 2
luiken 2
opgebruiken 4
struiken 2
hergebruiken 4
ontduiken 3
verbruiken 3
aalbessenstruiken 5
beluiken 3
bruiken 2
buiken 2
eendenkuiken 4
kerkgebruiken 5
kruiken 2
vilbeluiken 4
wangebruiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord misbruiken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. U 4
  7. I 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

misbruiken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. U 2
  7. I 2
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

misbruiken in het kort

misbruiken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van misbruiken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort misbruiken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

misbruiken: op een slechte wijze, d.w.z. overdadig gebruik maken van iets (drank, drugs, toegewezen privileges, e.d.)
Deel misbruiken — standaardnederlands.nl