Naar de inhoud

hergebruiken

afval opnieuw een goede bestemming geven

hergebruiken

werkwoord ˈhɛrɣəˌbrœykə(n)

Betekenis

  1. afval opnieuw een goede bestemming geven
  2. iets wat eerder bedacht of gemaakt is opnieuw toepassen in een andere situatie

Hoe spreek je hergebruiken uit?

/ˈhɛrxəˌbrœykən/

Hergebruiken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɛrxəˌbrœykən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɛ bed
r rood
x acht
ə de
b bak
œy huis
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van hergebruiken

hergebruikenhele werkwoord — hergebruikteverleden tijd enkelvoud — hergebruiktenverleden tijd meervoud — hergebruiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hergebruik hergebruikte
jij hergebruikt hergebruikte
hij, zij, het hergebruikt hergebruikte
wij hergebruiken hergebruikten
jullie hergebruiken hergebruikten
zij hergebruiken hergebruikten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is hergebruikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was hergebruikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd hergebruikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt hergebruikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal hergebruikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal hergebruikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou hergebruikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou hergebruikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had hergebruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had hergebruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had hergebruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden hergebruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden hergebruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden hergebruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt hergebruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hergebruikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hergebruik gebiedende wijs
hergebruike aanvoegende wijs
hergebruikend onvoltooid, deelwoord
hergebruikt verleden tijd, deelwoord
hergebruikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
hergebruikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
hergebruikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hergebruikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
hergebruikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hergebruikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hergebruikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hergebruikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hergebruikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
hergebruikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hergebruikte verleden tijd
is hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben hergebruikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hergebruiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hergebruiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart hergebruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren hergebruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren hergebruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren hergebruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was hergebruikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was hergebruikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was hergebruikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt hergebruikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal hergebruikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hergebruikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt hergebruikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt hergebruikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hergebruikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen hergebruiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hergebruikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hergebruikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hergebruikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult hergebruiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult hergebruikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hergebruikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hergebruikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van gebruiken met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van hergebruiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hergebruike aanvoegende wijs hergebruiken
hergebruikend onvoltooid deelwoord hergebruiken
hergebruikende woordvorm hergebruiken
hergebruikt voltooid deelwoord hergebruiken
hergebruikte verleden tijd hergebruiken
hergebruikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hergebruiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hergebruiken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hergebruiken

Hoe spreek je hergebruiken uit?
De uitspraak van hergebruiken is: /ˈhɛrɣəˌbrœykə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent hergebruiken?
Hergebruiken is een werkwoord. Het woord betekent: afval opnieuw een goede bestemming geven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hergebruiken?
Je vervoegt hergebruiken als volgt: de tegenwoordige tijd is hergebruik, de verleden tijd is hergebruikte en het voltooid deelwoord is hergebruikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op hergebruiken?

In dit woordenboek rijmen 19 woorden op -uiken op hergebruiken, zoals ruiken, kuiken en misbruiken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op hergebruiken, uitspraak ˈhɛrxəˌbrœykən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ruiken 2
kuiken 2
misbruiken 3
gebruiken 3
duiken 2
luiken 2
opgebruiken 4
struiken 2
ontduiken 3
verbruiken 3
aalbessenstruiken 5
beluiken 3
bruiken 2
buiken 2
eendenkuiken 4
kerkgebruiken 5
kruiken 2
vilbeluiken 4
wangebruiken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hergebruiken is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. B 3
  7. R 2
  8. U 4
  9. I 1
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hergebruiken levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. B 4
  7. R 2
  8. U 2
  9. I 2
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hergebruiken in het kort

hergebruiken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hergebruiken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hergebruiken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hergebruiken: afval opnieuw een goede bestemming geven
Deel hergebruiken — standaardnederlands.nl