luiken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈlœykə(n)/Betekenis
- sluiten
- vlechten
Hoe spreek je luiken uit?
/ˈlœykən/
Luiken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| œy | huis |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van luiken
luikenhele werkwoord — gelokenvoltooid deelwoord
Vervoeging van luiken
luikenhele werkwoord — geluiktvoltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geluikt | verleden tijd, deelwoord |
| luikte | verleden tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord luik
Herkomst
werkwoord: sterk werkwoord: van Middelnederlands luken, in de betekenis van ‘sluiten’ voor het eerst aangetroffen in 1265
werkwoord: zwak werkwoord: van Middelnederlands luken
Woordfamilie van luiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geloken | voltooid deelwoord | luiken |
| luike | woordvorm | luiken |
| luikend | woordvorm | luiken |
| luikende | woordvorm | luiken |
| luikt | woordvorm | luiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luiken zijn vastgelegd.