Naar de inhoud

schuiven

over de grond verplaatsen

schuiven is meer dan één woord

schuiven

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxœyvə(n)

Betekenis

  1. over de grond verplaatsen

Hoe spreek je schuiven uit?

/ˈsxœyvən/

Schuiven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxœyvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
œy huis
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schuiven

schuivenhele werkwoord — schoofverleden tijd enkelvoud — schovenverleden tijd meervoud — geschovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuif schoof
jij schuift schoof
hij, zij, het schuift schoof
wij schuiven schoven
jullie schuiven schoven
zij schuiven schoven
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschoven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschoven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschoven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschoven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschoven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschoven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschoven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschoven verleden tijd, deelwoord
geschoven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschoven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschoven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschoven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschoven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschoven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschoven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschoven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschoven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschoven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schoof verleden tijd
schuif gebiedende wijs
schuive aanvoegende wijs
schuivend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geschoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geschoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geschoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geschoven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geschoven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geschoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschoven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschoven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschoven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schuif

Herkomst

In de betekenis van ‘voortbewegen zonder op te tillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Woordfamilie van schuiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschoven voltooid deelwoord schuiven
schuift aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuiven
schuive aanvoegende wijs schuiven
schuivend onvoltooid deelwoord schuiven
schuivende woordvorm schuiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuiven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schuiven

Hoe spreek ik schuiven uit?
Zo spreek je schuiven uit: /ˈsxœyvə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van schuiven?
Schuiven is een werkwoord. De betekenis is: over de grond verplaatsen.
Hoe vervoeg ik schuiven?
Zo vervoeg je schuiven zo: de tegenwoordige tijd is schuif, de verleden tijd is schoof en het voltooid deelwoord is geschoven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schuiven?

In dit woordenboek rijmen 5 woorden op -uiven op schuiven, zoals snuiven, bestuiven en duiven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schuiven, uitspraak ˈsxœyvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
snuiven 2
bestuiven 3
duiven 2
fuiven 2
sultanadruiven 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuiven is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuiven levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. I 2
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 zonder bonus
  10. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schuiven in het kort

schuiven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van schuiven staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schuiven bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schuiven: over de grond verplaatsen
Deel schuiven — standaardnederlands.nl