Naar de inhoud

entraineren

meeslepen

entraineren

werkwoord

Betekenis

  1. meeslepen

Vervoeging van entraineren

entrainerenhele werkwoord — entraineerdeverleden tijd enkelvoud — entraineerdenverleden tijd meervoud — geëntraineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik entraineer entraineerde
jij entraineert entraineerde
hij, zij, het entraineert entraineerde
wij entraineren entraineerden
jullie entraineren entraineerden
zij entraineren entraineerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
entraineer gebiedende wijs
entraineerde verleden tijd
entrainere aanvoegende wijs
entrainerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geëntraineerd verleden tijd, deelwoord
geëntraineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëntraineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëntraineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëntraineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëntraineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëntraineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëntraineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëntraineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëntraineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëntraineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëntraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te entraineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëntraineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen entraineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt entraineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëntraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen entraineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult entraineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëntraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse entraîner (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van entraineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
entraineer gebiedende wijs entraineren
entraineerde verleden tijd entraineren
entraineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon entraineren
entraineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon entraineren
entrainere aanvoegende wijs entraineren
entrainerend onvoltooid deelwoord entraineren
entrainerende woordvorm entraineren
geëntraineerd voltooid deelwoord entraineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van entraineren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over entraineren

Wat betekent entraineren?
Entraineren is een werkwoord. Het woord betekent: meeslepen.
Hoe vervoeg je entraineren?
Je vervoegt entraineren als volgt: de tegenwoordige tijd is entraineer, de verleden tijd is entraineerde en het voltooid deelwoord is geëntraineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord entraineren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. I 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

entraineren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. I 2
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 15 zonder bonus
  13. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

entraineren in het kort

entraineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van entraineren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort entraineren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

entraineren: meeslepen
Deel entraineren — standaardnederlands.nl