coronaal
bijvoeglijk naamwoord koroˈnalBetekenis
- alsof je het lichaam frontaal aankijkt
- (van een medeklinker:) gearticuleerd met het flexibele voorstuk van de tong
Hoe spreek je coronaal uit?
/koroˈnal/
Coronaal bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| n | nek |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- alsof je het lichaam van voren aankijkt
- met betrekking tot een kroon
- gearticuleerd met het flexibele voorstuk van de tong
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| coronaals | partitief, stellende trap |
| coronale | verbogen, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van corona met het achtervoegsel -aal
Woordfamilie van coronaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coronaals | partitive, positive | coronaal |
| coronale | verbogen vorm | coronaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coronaal zijn vastgelegd.