corona
zelfstandig naamwoord koˈronaBetekenis
- krans van licht rond de zon te zien tijdens een volledige zonsverduistering
- krans van licht door de diffractie van de zon of de maan door kleine waterdruppels of ijskristallen van een wolk
- diakritisch teken boven een foneem
- mineraal dat omringd wordt door een ander mineraal
- ontladingsverschijnsel
- benaming voor COVID-19, een ziekte die door een coronavirus wordt veroorzaakt
- kroon
Hoe spreek je corona uit?
/koˈrona/
Corona bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| n | nek |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor virussen uit de familie Coronaviridae en meer in het bijzonder de onderfamilie Orthocoronavirinae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| corona's | meervoud |
| coronaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| coronaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Latijn corona "krans, kroon", in de betekenis van ‘kransvormige buitenste atmosfeer van de zon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1900
Woordfamilie van corona
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| corona's | meervoud | corona |
| coronaatje | verkleinwoord | corona |
| coronaatjes | verkleinwoord meervoud | corona |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van corona zijn vastgelegd.