bekkeneel
zelfstandig naamwoord ˌbɛkəˈnelBetekenis
- deel van de schedel waarin de hersenen zitten
- metalen kapje dat onder of in plaats van een echte helm werd gedragen
Hoe spreek je bekkeneel uit?
/ˌbɛkəˈnel/
Bekkeneel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| e | veel |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bekkenelen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands beckineel, op te vatten als afgeleid van bekken zn met het achtervoegsel -eel
Woordfamilie van bekkeneel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekkenelen | meervoud | bekkeneel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekkeneel zijn vastgelegd.