zondagsopening
zelfstandig naamwoord ˈzɔndɑxsˌopəˌnɪŋBetekenis
- het geopend zijn van winkels en andere voorzieningen op zondag
Hoe spreek je zondagsopening uit?
/ˈzɔndɑxsˌopəˌnɪŋ/
Zondagsopening bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| s | sok |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zondagsopeningen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zondag zn en opening zn met het invoegsel -s- , aangetroffen vanaf 1884 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van zondagsopening
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zondagsopeningen | meervoud | zondagsopening |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zondagsopening zijn vastgelegd.