verstellen
werkwoord vərˈstɛlə(n)Betekenis
- (kleding of schoenen) weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt
- anders stellen
Hoe spreek je verstellen uit?
/vərˈstɛlən/
Verstellen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt transitive
Vervoeging van verstellen
verstellenhele werkwoord — versteldeverleden tijd enkelvoud — versteldenverleden tijd meervoud — versteldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verstel | verstelde |
| jij | verstelt | verstelde |
| hij, zij, het | verstelt | verstelde |
| wij | verstellen | verstelden |
| jullie | verstellen | verstelden |
| zij | verstellen | verstelden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is versteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was versteld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd versteld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt versteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal versteld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal versteld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou versteld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou versteld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had versteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had versteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had versteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden versteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden versteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden versteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt versteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben versteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben versteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verstellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstel | gebiedende wijs |
| versteld | verleden tijd, deelwoord |
| versteld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| versteld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| versteld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versteld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versteld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versteld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| versteld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| versteld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versteld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versteld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstelde | verleden tijd |
| verstelle | aanvoegende wijs |
| verstellend | onvoltooid, deelwoord |
| waren versteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was versteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd versteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden versteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden versteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt versteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal versteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal versteld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn versteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou versteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou versteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden versteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt versteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen versteld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult versteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verstellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘repareren van kleding’ voor het eerst aangetroffen in 1412
Woordfamilie van verstellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verstel | gebiedende wijs | verstellen |
| verstelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verstellen |
| verstelle | aanvoegende wijs | verstellen |
| verstellend | onvoltooid deelwoord | verstellen |
| verstellende | woordvorm | verstellen |
| verstelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verstellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verstellen zijn vastgelegd.