Naar de inhoud

internetbellen

telefoneren via het internet

internetbellen

werkwoord /ˈɪntərnɛtˌbɛlə(n)/

Betekenis

  1. telefoneren via het internet

Hoe spreek je internetbellen uit?

/ˈɪntərnɛtˌbɛlən/

Internetbellen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪntərnɛtˌbɛlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
t tak
ə de
r rood
ɛ bed
b bak
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van internetbellen

internetbellenhele werkwoord — internetbeldeverleden tijd enkelvoud — internetbeldenverleden tijd meervoud — geïnternetbeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik internetbel internetbelde
jij internetbelt internetbelde
hij, zij, het internetbelt internetbelde
wij internetbellen internetbelden
jullie internetbellen internetbelden
zij internetbellen internetbelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geïnternetbeld verleden tijd, deelwoord
geïnternetbeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnternetbeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnternetbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnternetbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnternetbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
internetbel gebiedende wijs
internetbelde verleden tijd
internetbelle aanvoegende wijs
internetbellend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïnternetbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te internetbellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen internetbellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnternetbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen internetbellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnternetbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult internetbellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van het zelfstandig naamwoord internet en het werkwoord bellen

Woordfamilie van internetbellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnternetbeld voltooid deelwoord internetbellen
internetbel gebiedende wijs internetbellen
internetbelde verleden tijd internetbellen
internetbelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon internetbellen
internetbelle aanvoegende wijs internetbellen
internetbellend onvoltooid deelwoord internetbellen
internetbellende woordvorm internetbellen
internetbelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon internetbellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van internetbellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over internetbellen

Hoe spreek je internetbellen uit?
De uitspraak van internetbellen is: /ˈɪntərnɛtˌbɛlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent internetbellen?
Internetbellen is een werkwoord. Het woord betekent: telefoneren via het internet.
Hoe vervoeg je internetbellen?
Je vervoegt internetbellen als volgt: de tegenwoordige tijd is internetbel, de verleden tijd is internetbelde en het voltooid deelwoord is geïnternetbeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op internetbellen?

Er staan 38 woorden in dit woordenboek die op internetbellen rijmen, waaronder vertellen, samenstellen en spellen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op internetbellen, uitspraak ˈɪntərnɛtˌbɛlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vertellen 3
samenstellen 4
spellen 2
opbellen 3
bellen 2
bestellen 3
stellen 2
voorspellen 3
vervellen 3
tevredenstellen 5
wellen 2
ellen 2
verstellen 3
kokkerellen 4
gallon 2
bikkelspellen 4
cellen 2
croquetspellen 4
damesenkelspelen 6
detectivespellen 6
deviatietabellen 7
foltercellen 4
geitenvellen 4
gelijkspellen 4
getijdentabellen 6
hinkelspellen 4
homostellen 4
kerkbellen 4
libellen 3
liederspelen 4
moraliteitenspelen 7
nellen 2
novellen 3
predictiemodellen 6
scherpstellen 4
seychellen 3
slotkapellen 4
zakschaakspellen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord internetbellen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. B 3
  10. E 1
  11. L 3
  12. L 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

internetbellen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. B 4
  10. E 1
  11. L 3
  12. L 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 25 zonder bonus
  16. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

internetbellen in het kort

internetbellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van internetbellen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort internetbellen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

internetbellen: telefoneren via het internet
Deel internetbellen — standaardnederlands.nl