depanneren
werkwoordBetekenis
- autopanne verhelpen
- helpen (van iemand in moeilijkheden)
Vervoeging van depanneren
depannerenhele werkwoord — depanneerdeverleden tijd enkelvoud — depanneerdenverleden tijd meervoud — gedepanneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | depanneer | depanneerde |
| jij | depanneert | depanneerde |
| hij, zij, het | depanneert | depanneerde |
| wij | depanneren | depanneerden |
| jullie | depanneren | depanneerden |
| zij | depanneren | depanneerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| depanneer | gebiedende wijs |
| depanneerde | verleden tijd |
| depannere | aanvoegende wijs |
| depannerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedepanneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedepanneerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedepanneerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedepanneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedepanneerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedepanneerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedepanneerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedepanneerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedepanneerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedepanneerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedepanneerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedepanneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepanneerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepanneerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepanneerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedepanneerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedepanneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedepanneerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedepanneerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepanneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te depanneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedepanneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen depanneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedepanneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedepanneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedepanneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepanneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedepanneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedepanneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedepanneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen depanneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedepanneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepanneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepanneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult depanneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedepanneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedepanneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedepanneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘repareren’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van depanneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| depanneer | gebiedende wijs | depanneren |
| depanneerde | verleden tijd | depanneren |
| depanneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | depanneren |
| depanneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | depanneren |
| depannere | aanvoegende wijs | depanneren |
| depannerend | onvoltooid deelwoord | depanneren |
| depannerende | woordvorm | depanneren |
| gedepanneerd | voltooid deelwoord | depanneren |
| gedepanneerde | woordvorm | depanneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van depanneren zijn vastgelegd.