verhelpen
werkwoord vərˈhɛlpə(n)Betekenis
- een probleem uit de weg ruimen
Hoe spreek je verhelpen uit?
/vərˈhɛlpən/
Verhelpen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| l | land |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verhelpen
verhelpenhele werkwoord — verhielpverleden tijd enkelvoud — verhielpenverleden tijd meervoud — verholpenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhelp | verhielp |
| jij | verhelpt | verhielp |
| hij, zij, het | verhelpt | verhielp |
| wij | verhelpen | verhielpen |
| jullie | verhelpen | verhielpen |
| zij | verhelpen | verhielpen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verholpen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verholpen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verholpen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verholpen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verholpen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verholpen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verholpen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verholpen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verholpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verholpen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhelpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhelpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhelp | gebiedende wijs |
| verhelpe | aanvoegende wijs |
| verhelpend | onvoltooid, deelwoord |
| verhielp | verleden tijd |
| verholpen | verleden tijd, deelwoord |
| verholpen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verholpen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verholpen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verholpen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verholpen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verholpen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verholpen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verholpen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verholpen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verholpen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verholpen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verholpen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verholpen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verholpen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verholpen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verholpen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verholpen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verholpen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verhelpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verhelpen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verholpen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verholpen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verholpen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van helpen met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verhelpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhelp | gebiedende wijs | verhelpen |
| verhelpe | aanvoegende wijs | verhelpen |
| verhelpend | onvoltooid deelwoord | verhelpen |
| verhelpende | woordvorm | verhelpen |
| verhelpt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhelpen |
| verhielp | verleden tijd | verhelpen |
| verhielpen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhelpen |
| verholpen | voltooid deelwoord | verhelpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhelpen zijn vastgelegd.