spellen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspɛlə(n)Betekenis
- letters in de juiste volgorde plaatsen
Hoe spreek je spellen uit?
/ˈspɛlən/
Spellen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van spellen
spellenhele werkwoord — speldeverleden tijd enkelvoud — speldenverleden tijd meervoud — gespeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spel | spelde |
| jij | spelt | spelde |
| hij, zij, het | spelt | spelde |
| wij | spellen | spelden |
| jullie | spellen | spelden |
| zij | spellen | spelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gespeld | verleden tijd, deelwoord |
| gespeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spel | gebiedende wijs |
| spelde | verleden tijd |
| spelle | aanvoegende wijs |
| spellend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gespeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spel
Herkomst
In de betekenis van ‘uit letters vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1050
Woordfamilie van spellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spelle | aanvoegende wijs | spellen |
| spellend | onvoltooid deelwoord | spellen |
| spellende | woordvorm | spellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spellen zijn vastgelegd.