voorspellen
werkwoord vorˈspɛlə(n)Betekenis
- een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
- letter voor letter laten horen hoe een woord wordt geschreven
Hoe spreek je voorspellen uit?
/vorˈspɛlən/
Voorspellen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van voorspellen
voorspellenhele werkwoord — voorspeldvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorspeld | verleden tijd, deelwoord |
| voorspelde | verleden tijd |
| voorspéllen | canonical |
Vervoeging van voorspellen
voorspellenhele werkwoord — voorgespeldvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spelde voor | verleden tijd |
| voorgespeld | verleden tijd, deelwoord |
| vóórspellen | canonical |
Herkomst
van Middelnederlands vorespellen, op te vatten als samenstelling van voor bw en spellen ww , in de betekenis van ‘profeteren’ voor het eerst aangetroffen in 1330
Woordfamilie van voorspellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spel voor | woordvorm | voorspellen |
| spelle voor | woordvorm | voorspellen |
| spellen voor | woordvorm | voorspellen |
| spelt voor | woordvorm | voorspellen |
| voorspelle | with-subordinate-clause | voorspellen |
| voorspelt | woordvorm | voorspellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorspellen zijn vastgelegd.