tevredenstellen
werkwoord /tə'vredənˌstɛlə(n)/Betekenis
- ervoor zorgen dat iemand tevreden wordt
Hoe spreek je tevredenstellen uit?
/təˈvredənˌstɛlən/
Tevredenstellen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| v | vis |
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| n | nek |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van tevredenstellen
tevredenstellenhele werkwoord — stelde tevredenverleden tijd enkelvoud — stelden tevredenverleden tijd meervoud — tevredengesteldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stel tevreden | stelde tevreden |
| jij | stelt tevreden | stelde tevreden |
| hij, zij, het | stelt tevreden | stelde tevreden |
| wij | stellen tevreden | stelden tevreden |
| jullie | stellen tevreden | stelden tevreden |
| zij | stellen tevreden | stelden tevreden |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is tevredengesteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was tevredengesteld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd tevredengesteld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt tevredengesteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal tevredengesteld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal tevredengesteld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou tevredengesteld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou tevredengesteld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben tevredengesteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stel tevreden | gebiedende wijs |
| stelde tevreden | verleden tijd |
| te hebben tevredengesteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tevredenstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tevreden te stellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| tevreden te zullen stellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tevreden zal stellen | bijzin, toekomende tijd |
| tevreden zou stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| tevreden zouden stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| tevreden zoudt stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| tevreden zullen stellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tevreden zullen stellen | bijzin, toekomende tijd |
| tevreden zult stellen | bijzin, toekomende tijd |
| tevredengesteld | verleden tijd, deelwoord |
| tevredengesteld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| tevredengesteld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| tevredengesteld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tevredengesteld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tevredengesteld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tevredengesteld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| tevredengesteld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| tevredengesteld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tevredengesteld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tevredengesteld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tevredenstel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| tevredenstelde | bijzin, verleden tijd |
| tevredenstelden | bijzin, verleden tijd |
| tevredenstellend | onvoltooid, deelwoord |
| tevredenstelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was tevredengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt tevredengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal tevredengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal tevredengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal tevredenstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt tevredengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou tevredenstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) tevredenstellen tevreden zou(dt) stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden tevredenstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt tevredengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tevredengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt tevredenstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tevredengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tevredengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen tevredengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen tevredengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tevredenstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tevredenstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen tevredenstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zult tevredengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van tevreden en stellen
Woordfamilie van tevredenstellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stel tevreden | gebiedende wijs | tevredenstellen |
| stelde tevreden | verleden tijd | tevredenstellen |
| stelden tevreden | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tevredenstellen |
| stelle tevreden | woordvorm | tevredenstellen |
| stellen tevreden | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | tevredenstellen |
| stelt tevreden | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tevredenstellen |
| tevredengesteld | voltooid deelwoord | tevredenstellen |
| tevredengestelde | woordvorm | tevredenstellen |
| tevredenstel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | tevredenstellen |
| tevredenstelde | subordinate-clause, verleden tijd | tevredenstellen |
| tevredenstelden | subordinate-clause, verleden tijd | tevredenstellen |
| tevredenstelle | with-subordinate-clause | tevredenstellen |
| tevredenstellend | onvoltooid deelwoord | tevredenstellen |
| tevredenstellende | woordvorm | tevredenstellen |
| tevredenstelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | tevredenstellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tevredenstellen zijn vastgelegd.