Naar de inhoud

bestellen

afspreken dat goederen of diensten geleverd zullen worden

bestellen is meer dan één woord

bestellen

werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈstɛlə(n)

Betekenis

  1. afspreken dat goederen of diensten geleverd zullen worden
  2. bespreken, reserveren
  3. aan huis bezorgen (leveren)
  4. ter aarde bestellen: begraven
  5. bestellen

Hoe spreek je bestellen uit?

/bəˈstɛlən/

Bestellen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈstɛlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
t tak
ɛ bed
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. in de toekomst laten leveren door dat eerder af te spreken transitive
  2. op een bestemde plaats afleveren transitive

Vervoeging van bestellen

bestellenhele werkwoord — besteldeverleden tijd enkelvoud — besteldenverleden tijd meervoud — besteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestel bestelde
jij bestelt bestelde
hij, zij, het bestelt bestelde
wij bestellen bestelden
jullie bestellen bestelden
zij bestellen bestelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bestel gebiedende wijs
besteld verleden tijd, deelwoord
besteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestelde verleden tijd
bestelle aanvoegende wijs
bestellend onvoltooid, deelwoord
er is besteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was besteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd besteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt besteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal besteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal besteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou besteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou besteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had besteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had besteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had besteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden besteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden besteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden besteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt besteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb besteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben besteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben besteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt besteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben besteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal besteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal besteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt besteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen besteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult besteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bestel

Herkomst

afgeleid van stellen met het voorvoegsel be-. **[2] in de betekenis van ‘bezorgen (van brieven)’ aangetroffen vanaf 1534

Woordfamilie van bestellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besteld voltooid deelwoord bestellen
bestelde verleden tijd bestellen
bestelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bestellen
bestelle aanvoegende wijs bestellen
bestellend onvoltooid deelwoord bestellen
bestellende woordvorm bestellen
bestelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bestellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestellen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bestellen

Hoe spreek ik bestellen uit?
Zo spreek je bestellen uit: /bəˈstɛlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bestellen?
Bestellen is een werkwoord. De betekenis is: afspreken dat goederen of diensten geleverd zullen worden. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bestellen?
Zo vervoeg je bestellen zo: de tegenwoordige tijd is bestel, de verleden tijd is bestelde en het voltooid deelwoord is besteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bestellen?

Op bestellen rijmen 38 woorden, onder andere vertellen, samenstellen en spellen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bestellen, uitspraak bəˈstɛlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vertellen 3
samenstellen 4
spellen 2
opbellen 3
bellen 2
stellen 2
voorspellen 3
vervellen 3
tevredenstellen 5
wellen 2
ellen 2
verstellen 3
internetbellen 5
kokkerellen 4
gallon 2
bikkelspellen 4
cellen 2
croquetspellen 4
damesenkelspelen 6
detectivespellen 6
deviatietabellen 7
foltercellen 4
geitenvellen 4
gelijkspellen 4
getijdentabellen 6
hinkelspellen 4
homostellen 4
kerkbellen 4
libellen 3
liederspelen 4
moraliteitenspelen 7
nellen 2
novellen 3
predictiemodellen 6
scherpstellen 4
seychellen 3
slotkapellen 4
zakschaakspellen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bestellen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bestellen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bestellen in het kort

bestellen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bestellen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bestellen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bestellen: afspreken dat goederen of diensten geleverd zullen worden
Deel bestellen — standaardnederlands.nl