wellen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɛlə(n)/Betekenis
- iets in water leggen om het zachter te maken
- een vloeistof tot even onder het kookpunt verhitten, bijna laten koken
Hoe spreek je wellen uit?
/ˈwɛlən/
Wellen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wellen
wellenhele werkwoord — weldeverleden tijd enkelvoud — weldenverleden tijd meervoud — geweldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wel | welde |
| jij | welt | welde |
| hij, zij, het | welt | welde |
| wij | wellen | welden |
| jullie | wellen | welden |
| zij | wellen | welden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geweld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geweld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geweld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geweld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geweld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geweld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geweld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geweld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geweld | verleden tijd, deelwoord |
| geweld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geweld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geweld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geweld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geweld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geweld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geweld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geweld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geweld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geweld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geweld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geweld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| wel | gebiedende wijs |
| welde | verleden tijd |
| welle | aanvoegende wijs |
| wellend | onvoltooid, deelwoord |
| werd geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geweld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geweld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geweld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geweld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geweld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geweld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geweld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geweld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geweld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geweld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geweld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geweld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geweld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wel
Herkomst
In de betekenis van ‘laten koken, verhitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1476
Woordfamilie van wellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewelde | woordvorm | wellen |
| welde | verleden tijd | wellen |
| welden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wellen |
| welle | aanvoegende wijs | wellen |
| wellend | onvoltooid deelwoord | wellen |
| wellende | woordvorm | wellen |
| welt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wellen zijn vastgelegd.