Naar de inhoud

wellen

iets in water leggen om het zachter te maken

wellen is meer dan één woord

wellen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɛlə(n)/

Betekenis

  1. iets in water leggen om het zachter te maken
  2. een vloeistof tot even onder het kookpunt verhitten, bijna laten koken

Hoe spreek je wellen uit?

/ˈwɛlən/

Wellen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wellen

wellenhele werkwoord — weldeverleden tijd enkelvoud — weldenverleden tijd meervoud — geweldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wel welde
jij welt welde
hij, zij, het welt welde
wij wellen welden
jullie wellen welden
zij wellen welden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geweld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geweld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geweld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geweld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geweld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geweld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geweld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geweld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geweld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geweld verleden tijd, deelwoord
geweld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geweld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geweld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geweld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geweld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geweld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geweld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geweld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geweld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geweld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geweld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geweld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geweld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geweld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geweld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geweld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geweld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geweld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geweld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geweld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geweld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geweld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geweld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geweld voltooid, verleden tijd, derde persoon
wel gebiedende wijs
welde verleden tijd
welle aanvoegende wijs
wellend onvoltooid, deelwoord
werd geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geweld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geweld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geweld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geweld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geweld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geweld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geweld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geweld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geweld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geweld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geweld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geweld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geweld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geweld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geweld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geweld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geweld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geweld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geweld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geweld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geweld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geweld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geweld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geweld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geweld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geweld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geweld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geweld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geweld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geweld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wel

Herkomst

In de betekenis van ‘laten koken, verhitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1476

Woordfamilie van wellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewelde woordvorm wellen
welde verleden tijd wellen
welden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wellen
welle aanvoegende wijs wellen
wellend onvoltooid deelwoord wellen
wellende woordvorm wellen
welt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wellen

Hoe spreek ik wellen uit?
Zo spreek je wellen uit: /'ʋɛlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van wellen?
Wellen is een werkwoord. De betekenis is: iets in water leggen om het zachter te maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wellen?
Zo vervoeg je wellen zo: de tegenwoordige tijd is wel, de verleden tijd is welde en het voltooid deelwoord is geweld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wellen?

Op wellen rijmen 38 woorden, onder andere vertellen, samenstellen en spellen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wellen, uitspraak ˈwɛlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vertellen 3
samenstellen 4
spellen 2
opbellen 3
bellen 2
bestellen 3
stellen 2
voorspellen 3
vervellen 3
tevredenstellen 5
ellen 2
verstellen 3
internetbellen 5
kokkerellen 4
gallon 2
bikkelspellen 4
cellen 2
croquetspellen 4
damesenkelspelen 6
detectivespellen 6
deviatietabellen 7
foltercellen 4
geitenvellen 4
gelijkspellen 4
getijdentabellen 6
hinkelspellen 4
homostellen 4
kerkbellen 4
libellen 3
liederspelen 4
moraliteitenspelen 7
nellen 2
novellen 3
predictiemodellen 6
scherpstellen 4
seychellen 3
slotkapellen 4
zakschaakspellen 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wellen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wellen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wellen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wellen in het kort

wellen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wellen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wellen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wellen: iets in water leggen om het zachter te maken
Deel wellen — standaardnederlands.nl