Naar de inhoud

kraken

een krakend geluid maken

kraken is meer dan één woord

kraken

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈkrakə(n)/

Betekenis

  1. een krakend geluid maken
  2. openbreken
  3. inbreken in iemands computer
  4. een leegstaand pand illegaal bewonen
  5. er heel negatief over spreken of schrijven
  6. een chiropractische handeling verrichten op iemands ruggengraat
  7. een techniek voor het vervaardigen van chemische producten uit aardolie
  8. een fabeldier met enorme afmetingen en met enorme tentakels.

Hoe spreek je kraken uit?

/ˈkrakən/

Kraken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkrakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
r rood
a maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kraken

krakenhele werkwoord — kraakteverleden tijd enkelvoud — kraaktenverleden tijd meervoud — gekraaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kraak kraakte
jij kraakt kraakte
hij, zij, het kraakt kraakte
wij kraken kraakten
jullie kraken kraakten
zij kraken kraakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekraakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekraakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekraakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekraakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekraakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekraakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekraakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekraakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekraakt verleden tijd, deelwoord
gekraakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekraakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekraakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekraakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekraakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekraakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekraakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekraakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekraakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekraakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kraak gebiedende wijs
kraakte verleden tijd
krake aanvoegende wijs
krakend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kraken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kraken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kraken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kraak

Herkomst

In de betekenis van ‘een scherp geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van kraken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekraakt voltooid deelwoord kraken
gekraakte woordvorm kraken
kraakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kraken
kraakte verleden tijd kraken
kraakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kraken
krake aanvoegende wijs kraken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kraken

Hoe spreek je kraken uit?
De uitspraak van kraken is: /ˈkrakə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent kraken?
Kraken is een werkwoord. Het woord betekent: een krakend geluid maken. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kraken?
Je vervoegt kraken als volgt: de tegenwoordige tijd is kraak, de verleden tijd is kraakte en het voltooid deelwoord is gekraakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kraken?

Er staan 31 woorden in dit woordenboek die op kraken rijmen, waaronder laken, maken en ontwaken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kraken, uitspraak ˈkrakən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
laken 2
maken 2
ontwaken 3
braken 2
waken 2
bewaken 3
diaken 3
overmaken 4
vastmaken 3
raken 2
beddenlaken 4
staken 2
vermaken 3
taken 2
haken 2
genaken 3
ammelaken 4
aanspraken 3
autokraken 4
beddelaken 4
bosniaken 4
daken 2
doorbraken 3
fetisjzaken 4
geleidebaken 5
inbreukzaken 4
lemmeraken 4
levensmiddelenzaken 7
overheidstaken 5
spaken 2
vlaken 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kraken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kraken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kraken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kraken in het kort

kraken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kraken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kraken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kraken: een krakend geluid maken
Deel kraken — standaardnederlands.nl