vervellen
werkwoord /vər'vɛlə(n)/Betekenis
- oude huid afwerpen om daarmee nieuwe onderliggende huid bloot te stellen
Hoe spreek je vervellen uit?
/vərˈvɛlən/
Vervellen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vervellen
vervellenhele werkwoord — verveldeverleden tijd enkelvoud — verveldenverleden tijd meervoud — verveldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervel | vervelde |
| jij | vervelt | vervelde |
| hij, zij, het | vervelt | vervelde |
| wij | vervellen | vervelden |
| jullie | vervellen | vervelden |
| zij | vervellen | vervelden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te vervellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervel | gebiedende wijs |
| verveld | verleden tijd, deelwoord |
| verveld te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verveld zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervelde | verleden tijd |
| vervelle | aanvoegende wijs |
| vervellend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van vel met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en.
Woordfamilie van vervellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervel | gebiedende wijs | vervellen |
| verveld | voltooid deelwoord | vervellen |
| vervelde | verleden tijd | vervellen |
| vervelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vervellen |
| vervelle | aanvoegende wijs | vervellen |
| vervellend | onvoltooid deelwoord | vervellen |
| vervellende | woordvorm | vervellen |
| vervelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vervellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervellen zijn vastgelegd.