Naar de inhoud

verslijten

door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken

verslijten

werkwoord vərˈslɛitə(n)

Betekenis

  1. door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken
  2. door veelvuldig gebruik onbruikbaar worden

Hoe spreek je verslijten uit?

/vərˈslɛitən/

Verslijten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈslɛitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
s sok
l land
ɛi trein
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verslijten

verslijtenhele werkwoord — versleetverleden tijd enkelvoud — versletenverleden tijd meervoud — versletenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verslijt versleet
jij verslijt versleet
hij, zij, het verslijt versleet
wij verslijten versleten
jullie verslijten versleten
zij verslijten versleten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben versleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is versleten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was versleten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd versleten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt versleten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal versleten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal versleten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou versleten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou versleten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had versleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had versleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had versleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden versleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden versleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden versleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt versleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb versleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versleten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben versleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben versleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft versleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is versleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben versleten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verslijten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verslijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleet verleden tijd
versleten verleden tijd, deelwoord
versleten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versleten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
versleten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
versleten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versleten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
versleten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
versleten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
versleten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verslijt gebiedende wijs
verslijte aanvoegende wijs
verslijtend onvoltooid, deelwoord
waart versleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren versleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren versleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was versleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was versleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was versleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt versleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word versleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden versleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden versleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden versleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt versleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt versleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versleten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versleten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal versleten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal versleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal versleten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal versleten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn versleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn versleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt versleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt versleten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt versleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verslijten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen versleten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versleten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versleten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen versleten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen versleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen versleten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verslijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult versleten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult versleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verslijten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van slijten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verslijten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versleet verleden tijd verslijten
verslijt gebiedende wijs verslijten
verslijte aanvoegende wijs verslijten
verslijtend onvoltooid deelwoord verslijten
verslijtende woordvorm verslijten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verslijten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verslijten

Hoe spreek je verslijten uit?
De uitspraak van verslijten is: /vərˈslɛitə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verslijten?
Verslijten is een werkwoord. Het woord betekent: door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verslijten?
Je vervoegt verslijten als volgt: de tegenwoordige tijd is verslijt, de verleden tijd is versleet en het voltooid deelwoord is versleten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verslijten?

Verslijten rijmt op 25 woorden op -ten; bijten, ontbijten en geiten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verslijten, uitspraak vərˈslɛitən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bijten 2
ontbijten 3
geiten 2
schijten 2
verbijten 3
pleiten 2
accucapaciteiten 7
algentapijten 5
bouwactiviteiten 6
consanguiniteiten 6
cyberactiviteiten 7
douaneformaliteiten 8
kerstontbijten 4
leiderscapaciteiten 7
loyauteiten 4
luchtvaartautoriteiten 7
milieuautoriteiten 7
mulderfeiten 4
mutualiteiten 6
onderschijten 4
sportactiviteiten 6
taalvariëteiten 6
treiten 2
verschijten 3
verwerkingscapaciteiten 8

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verslijten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verslijten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verslijten in het kort

verslijten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verslijten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verslijten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verslijten: door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken
Deel verslijten — standaardnederlands.nl