Naar de inhoud

verkleven

aan elkaar gaan plakken, o.a. van delen van organen

verkleven

werkwoord

Betekenis

  1. aan elkaar gaan plakken, o.a. van delen van organen

Vervoeging van verkleven

verklevenhele werkwoord — verkleefdeverleden tijd enkelvoud — verkleefdenverleden tijd meervoud — verkleefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkleef verkleefde
jij verkleeft verkleefde
hij, zij, het verkleeft verkleefde
wij verkleven verkleefden
jullie verkleven verkleefden
zij verkleven verkleefden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verkleven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verkleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkleven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkleef gebiedende wijs
verkleefd verleden tijd, deelwoord
verkleefd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkleefd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkleefde verleden tijd
verkleve aanvoegende wijs
verklevend onvoltooid, deelwoord
waart verkleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkleven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkleefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kleven met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verkleven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkleef gebiedende wijs verkleven
verkleefd voltooid deelwoord verkleven
verkleefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkleven
verkleeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verkleven
verkleve aanvoegende wijs verkleven
verklevend onvoltooid deelwoord verkleven
verklevende woordvorm verkleven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkleven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkleven

Wat betekent verkleven?
Verkleven is een werkwoord. Het woord betekent: aan elkaar gaan plakken, o.a. van delen van organen.
Hoe vervoeg je verkleven?
Je vervoegt verkleven als volgt: de tegenwoordige tijd is verkleef, de verleden tijd is verkleefde en het voltooid deelwoord is verkleefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkleven is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkleven levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkleven in het kort

verkleven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verkleven zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verkleven bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verkleven: aan elkaar gaan plakken, o.a. van delen van organen
Deel verkleven — standaardnederlands.nl