bloem
zelfstandig naamwoord, werkwoord blumBetekenis
- een deel van plant met zaden
- fijngemalen gezeefd poeder, meestal van granen
- het beste deel van
Hoe spreek je bloem uit?
/blum/
Bloem bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| u | boek |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord
- beste deel uit een groot geheel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloemen | enkelvoud |
| bloemetje | verkleinwoord, eerste persoon |
| bloemetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| bloempje | verkleinwoord, eerste persoon |
| bloempjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloemen
- gebiedende wijs van bloemen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloemen
Vervoeging van bloem
bloemhele werkwoord
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘uitgebot deel van plant’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van bloem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloemetje | verkleinwoord, 1e persoon | bloem |
| bloemetjes | verkleinwoord | bloem |
| bloempje | verkleinwoord, 1e persoon | bloem |
| bloempjes | verkleinwoord | bloem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloem zijn vastgelegd.