parkiet
zelfstandig naamwoord pɑrˈkitBetekenis
- kleine papegaaiachtige vogel
Hoe spreek je parkiet uit?
/pɑrˈkit/
Parkiet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| k | kat |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parkieten | meervoud |
| parkietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| parkietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Portugees periquito of Spaans periquito "pietje", in de betekenis van ‘papegaaiachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Woordfamilie van parkiet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parkietje | verkleinwoord | parkiet |
| parkietjes | verkleinwoord meervoud | parkiet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parkiet zijn vastgelegd.