acquit
zelfstandig naamwoord ɑˈkitBetekenis
- vereffening van een schuld of rekening.
- bewijs van betaling.
- plaats waar de ballen bij biljarten in het begin moet worden gelegd
Hoe spreek je acquit uit?
/ɑˈkit/
Acquit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- plaats waar de ballen bij biljarten in het begin moet worden gelegd.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| acquits | meervoud |
| acquitten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kwitantie’ voor het eerst aangetroffen in 1370
Woordfamilie van acquit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| acquits | meervoud | acquit |
| acquitten | meervoud | acquit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van acquit zijn vastgelegd.