dendriet
zelfstandig naamwoord dɛn'dritBetekenis
- uitloper van (het cellichaam van) een zenuwcel
- vertakkingen op een ijskristal
Hoe spreek je dendriet uit?
/dɛnˈdrit/
Dendriet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| r | rood |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een struikvormige kristalstructuur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dendrieten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘minerale afzetting in de vorm van boom in gelaagd gesteente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734
Woordfamilie van dendriet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dendrieten | meervoud | dendriet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dendriet zijn vastgelegd.