failliet
bijvoeglijk naamwoord fɑˈjitBetekenis
- in staat van faillissement
Hoe spreek je failliet uit?
/fɑˈjit/
Failliet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| failliete | verbogen, stellende trap |
| failliets | partitief, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bankroet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844
Woordfamilie van failliet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| failliete | verbogen vorm | failliet |
| faillieten | meervoud | failliet |
| failliets | partitive, positive | failliet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van failliet zijn vastgelegd.