parketvloer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vloerbedekking die bestaat uit houten delen in verschillende formaten die in verschillende parketsystemen gelegd kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parketvloeren | meervoud |
| parketvloertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| parketvloertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van parket zn en vloer zn
Woordfamilie van parketvloer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parketvloeren | meervoud | parketvloer |
| parketvloertje | verkleinwoord | parketvloer |
| parketvloertjes | verkleinwoord meervoud | parketvloer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parketvloer zijn vastgelegd.