suikerbiet
zelfstandig naamwoord ˈsœykərˌbitBetekenis
- (subsp. vulgaris var. altissima) een biet waaruit bietsuiker gewonnen wordt
Hoe spreek je suikerbiet uit?
/ˈsœykərˌbit/
Suikerbiet bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| œy | huis |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaalde ondersoort van de biet Beta vulgaris (subsp. vulgaris var. altissima) waaruit bietsuiker gewonnen wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| suikerbieten | meervoud |
| suikerbietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| suikerbietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van suiker en biet
Woordfamilie van suikerbiet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| suikerbieten | meervoud | suikerbiet |
| suikerbietje | verkleinwoord | suikerbiet |
| suikerbietjes | verkleinwoord meervoud | suikerbiet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van suikerbiet zijn vastgelegd.