parkiettulp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een tulpenras met kleurige strepen, vaak door besmetting met een plantenvirus
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- tulpenras met kleurige strepen, vaak door besmetting met een plantenvirus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parkiettulpen | meervoud |
| parkiettulpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| parkiettulpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van parkiet en tulp
Woordfamilie van parkiettulp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parkiettulpen | meervoud | parkiettulp |
| parkiettulpje | verkleinwoord | parkiettulp |
| parkiettulpjes | verkleinwoord meervoud | parkiettulp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parkiettulp zijn vastgelegd.